Sommige mensen houden van verandering. Anderen houden ervan dat alles altijd hetzelfde blijft. Persoonlijk zit ik ergens tussen deze twee groepen in. Verandering is voor mij over het algemeen voornamelijk vrij overweldigend, en of de verandering zelf van goede of van slechte aard is, maakt daarbij niet zo heel veel uit.

Op 4 juni heb ik sleutel gekregen van mijn nieuwe woning in Groningen. Al weken ben ik daar intensief aan het klussen en schilderen. Komende woensdag ga ik het eerste deel van mijn spullen verhuizen. Ik sprak met mijn begeleidster over deze aankomende verandering, en ze noemde dat een verhuizing voor vrijwel iedereen een belangrijk ‘life event’ genoemd kan worden. Verhuizen is voor iedereen spannend en intens.

Voor mij is het op dit moment even iets te veel. Niet alleen moet ik straks wennen aan een nieuw huis, maar ook aan een nieuw begeleidingsteam, een nieuwe winkel, een nieuwe wijk, nieuwe buren, nieuwe geluiden van de straat, en noem maar op. Van huis veranderen is niet alleen wennen aan een nieuwe woning, maar ook aan alles wat er omheen en in zit.

Daarnaast is de verkering uit. Nou verandert dat an sich niet zo ontzettend veel aan mijn leven, gezien hij al zes maanden in de UK zit. Toch overvalt mij het gevoel dat veranderingen zich opstapelen, en ik het niet zo goed meer kan verwerken. Als ik dat gevoel in de laatste maanden had, belde ik hem. Nu niet meer. Ik moet het nu alleen doen. En het besef dat ik het al zes maanden sowieso alleen doe, zij het met een telefonische hulplijn, helpt me niet. Ik mis hem, maar ook aan dat gevoel ben ik al gewend.

Ik heb het gevoel dat ik de controle verlies. En dat klopt niet, want wie mijn vorige blog gelezen heeft, weet dat ik juist een woning ben gaan zoeken (en die dus gevonden heb) om de regie over mijn leven weer terug te krijgen. De touwtjes in mijn eigen handen. Maar de lijnen zijn dun en staan op knappen. Althans, zo voelt dat nu.

Mijn nieuwe huis is ontzettend tof trouwens. Oud, dat wel, maar daar houd ik wel van. Het wordt mooi, en eigen. Het voelt allemaal nog niet als ‘van mij’, maar ik weet dat míjn naam op het huurcontract staat, niet die van Lentis. Dit wordt mijn plek; waar ik kan groeien, kan werken, en kan rusten. Waar ik zelfstandig ga wonen. Waar ik mijn herstel verder door kan zetten. Waar ik mezelf kan stimuleren tot het maken van mooie en goede dingen.

Kortom: ik pas mij aan. Of beter gezegd: wanneer mijn aanpassingsvermogen op de proef wordt gesteld, probeer ik mijn omgeving aan te passen. Als een omgekeerde kameleon vorm ik alle aspecten waar ik invloed op heb om tot draagbare, betere, goede of acceptabele elementen. Dat doe ik trouwens niet alleen. Een groot deel van de lof ligt daarbij bij mijn ouders, die altijd meedenken, oplossingen verzinnen en sowieso ontzettend betrokken zijn bij alle processen. De dankbaarheid die ik daarvoor ervaar, laat zich moeilijk in woorden vatten, maar dankbaar ben ik. Waarvan akte.

De buurman gaat inmiddels ook van woning veranderen. Via proefwonen heeft hij toch iets kunnen vinden. Als ik met hem of zijn vader spreek, weet ik weer waarom die dankbaarheid zo belangrijk is. Niet iedereen, en zeker niet iedere psychiatrisch cliënt, heeft een netwerk waarin betrokkenheid bestaat. En dan hebben we het nog niet eens over de financiële ondersteuning die mijn ouders bieden; ik vermoed dat de buurman zijn Ikea-aankopen zelf moet afrekenen. Niet dat z’n ouders niet willen betalen, maar ze zijn simpelweg niet vermogend genoeg voor dat soort escapades.

Verandering hoort bij het leven. En als ik terugdenk aan de laatste dertien jaar, de tijd waarin ik vooral ziek ben geweest, zie ook ik nu in dat deze veranderingen positief zijn. Een opname is ook verandering. Moeten accepteren dat medicatie ineens deel van het leven is, is dat ook. Kwetsbaarheid omarmen. Negatieve aspecten van het leven leren zien als leerprocessen, of er, soms, gewoon ontzettend van balen en je ertegen verzetten. Het zijn allemaal voorbeelden van de veranderling die ik ben en ben geweest. De veranderling die ik bij de herstelgroep altijd omschrijf als Kris 2.0.

We zijn het allemaal. Veranderlingen. Wezens die (moeten) veranderen. Die zichzelf constant opnieuw dienen uit te vinden. Die zichzelf een weg banen door de omgeving, door de altijd veranderende wereld, door het leven zelf.

En ik? Ik vraag me af waar ik nu weer in beland ben, en ik weet dat ook dat weer op z’n plek valt. Zoals ik wel vaker overweldigd ben, veranderd ben. Nog één week, en dan ga ik over. Hoppakee, op naar een nieuwe woning.

Wie stuurt mij een kaartje?

 

Kris Vesseur is componiste, schrijfster en theatermaakster. Iedere maand schrijft zij een blog over een thema rondom beschermd wonen. Ze is gediagnosticeerd met schizofrenie en woont zelf in een beschermde woonvorm. Haar werk is doorspekt met haar psychische kwetsbaarheden en wat dat met haar leven doet. Ze beschrijft het op zowel pijnlijke als hilarische wijze. Voor meer van haar werk kan je haar website ProductiefLabiel bezoeken.